Zelf controleren CV ketel

  1. Kijk of de gaskraan open staat.
    Is dit niet het geval: open de gaskraan. Start het toestel opnieuw.
  2. Kijk of de stekker in het stopcontact zit.
    Is dit niet het geval: steek de stekker in het stopcontact en start het toestel opnieuw.
  3. Kijk of de kamerthermostaat hoog genoeg staat.
    Is dat niet het geval: draai deze omhoog.
  4. Check de zekeringen/stoppen en de aardlekschakelaar in de meterkast.
    Bij uitval of uitschakeling dit herstellen en het toestel opnieuw starten.
  5. Kijk of één van de kranen voor warm water drupt.
    Is dit het geval, draai deze kranen goed dicht. Bij een druppende kraan geeft de cv geen warmte af aan de radiatoren.
  6. Check de druk in de cv:
    De wijzer van de drukmeter moet tussen de 1,5 en 2,0 atmosfeer staan. Is dit niet het geval: vul de ketel bij tot de juiste druk (zie gebruikershandleiding CV toestel).
  7. Schrijf de storingscode die op de display staat op.
    Bij een bezoek van de monteur moet u deze code doorgeven. Als u stap 8 uitvoert verdwijnt de storingscode.
  8. Heeft uw toestel een resetknop: druk de knop in en reset de ketel (zie gebruikershandleiding CV toestel).
  9. Heeft uw toestel een waakvlam: check of de waakvlam brandt. Is dit niet het geval steek de waakvlam aan.

Onterechte storingsmelding

Bij een onterechte storingsmelding worden mogelijk kosten in rekening gebracht. Onterechte storingen ontstaan bijvoorbeeld door:

Defecte smeltveiligheid (stop of afgeslagen installatie automaat in de elektrische installatie)
Onjuiste stand van een elektrische schakelaar of als de stekker niet in het stopcontact zit
Een gesloten gaskraan of radiatorkraan
Een waakvlam die niet brandt
De installatie is onvoldoende gevuld met water of onvoldoende ontlucht
Een te laag ingestelde ketelthermostaat of kamerthermostaat
Een installatie die (gedeeltelijk) bevroren is
Zelf aangebrachte voorzieningen of zelf gedane werkzaamheden aan de installatie
Onachtzaamheid

Storing niet opgelost?

Meldt uw storing!